Ik wilde me eigenlijk afzijdig houden van de kinderachtige, sensatie belustheid van de zogenaamde etnische spanningen waar Suriname volgens bepaalde nietsnutter ten onder zou gaan. Maar heb toch besloten om er wat over te zeggen. Bij deze dan.
Surinamers zijn verstandiger dan de sensatiebeluste, haat zaaiende nietsnutters denken. Diverse crisis, 50 jaar wanbeleid door onkundige politici, hebben Surinamers wijzer gemaakt. Ze hebben leren meelachen en meehuilen maar begrijpen dat ze iedere keer weer voor de gek gehouden worden. Geduldig wachten ze hun kans af om voorgoed af te rekenen met 50 jaar rommel politiek die hun klein en dom wil houden, het land uit wil jagen en iedere keer weer misbruikt voor de verkiezingen. En dus gaan ze ook niet beetgenomen worden door een paar nietsnutten die denken haat te kunnen zaaien en het land zo te kunnen verdelen.
“Brontjie Djari” — een beeldrijke Surinaamse uitdrukking voor een samenleving waarin alle etniciteiten samenleven als één gemeenschap — blijft springlevend, wat de politiek, de pers en een paar zieke nietsnutters u in de Surinaamse samenleving ook willen doen geloven en aanpraten. Brontjie Djari is geen nostalgische illusie, het is een levende realiteit die dagelijkse inzet en beschermende maatregelen vergt. Laat u niet misleiden door de opgewonden koppen of de scheldende straatschooiers. Suriname is geen lab voor etnische experimenten en zal niet snel bezwijken voor de kwaadaardige retoriek van enkelen. De ware vijand van de multiculturele harmonie is niet de buurman van een andere afkomst, maar de gifspuiters: pers, politiek en een paar gestoorde individuen. Hen moeten we ontmaskeren en overwinnen — zodat Brontjie Djari kan blijven bloeien, nu en voor volgende generaties.
In een tijd waarin de wereld schrikt van etnische spanningen elders, is het verleidelijk om evenzeer paniekerig naar futiliteiten te kijken en te geloven dat ook Suriname op een kantelpunt staat. Toch is het tegenovergestelde waar: Suriname heeft een gegroeide, organische samensmelting van culturen die diep verankerd is in het dagelijkse leven. Het enige dat die fragiele harmonie bedreigt, zijn drie bronnen van vergiftiging: sensatiebeluste pers, opportunistische politiek en een handvol haatdragende individuen (ongeacht of die binnen de NDP of de VHP zitten, immers de strijd tussen deze twee partijen speelt zich alleen af voor de media, binnenskamers lachen, eten en slapen ze zelfs met elkaar).
Wie die gifdruppels bestrijdt, behoudt Brontjie Djari — en daarmee de toekomst van het land.
De kracht van Suriname zit in zijn alledaagse ontmoeting. Op straat spelen kleinkinderen van verschillende afkomst samen; in de stad deelt men maaltijden, muziek en levensgewoonten; op sociale media hangt een levendige mix van taal, humor en cultuur waarin jong en oud elkaar vinden. Surinamers luisteren naar dezelfde rap muziek, dansen op vergelijkbare beats, delen YouTube-trends en laten romantiek ongehinderd tussen etnische lijnen bloeien terwijl zelfs af en toe samen een joint opsteken. Deze verwevenheid is geen ideologisch project, maar een geleefde realiteit: kamers vol bloedworst en roti, Sarnami en Sranan tegen elkaar aan, Kerstlichtjes en Holi-kleuren in één straat, een Mandir, een Synagoge en een Moskee, allemaal broederlijk naast elkaar. Brontjie Djari is zo ingebakken dat het niet zomaar door retoriek kan worden uitgewist. En geen een verdwaalde politicus, sensatiebeluste nietsnut of krant kan dit veranderen.
Toch is het niet naïef om te wijzen op bedreigingen
De pers — vooral de sensatiezoekende takken — speelt vaak een vervelende rol. Krantenkoppen en online platforms leven van clicks. Conflict verkoopt beter dan nuance; in het buitenland zou men zeggen dat ‘if it bleeds, it leads’. Het gevaar schuilt niet zozeer in het consumeren van nieuws, maar in de flamboyante manier waarop schijnbaar onbelangrijke incidenten worden opgeblazen en in etnische termen worden gegoten. Een ruzie wordt al snel gepresenteerd als ‘een conflict tussen groepen’, een botsing tussen buren als bewijs van structurele haat. Zo wordt het zaadje gelegd: mensen die al geïrriteerd zijn, zien bevestiging; buitenstaanders denken dat Suriname broeit.
De politiek werkt hier soms hand in hand mee.
Haatzaaien heeft niet in het voordeel van de NDP gewerkt want Surinamers zijn niet gek
De NDP heeft in de afgelopen verkiezing bepaalde figuren toegestaan haat te zaaien om de verkiezing te winnen. Veel verkiezingsemotie werd keihard aangewakkerd door de NDP door aan te geven dat de Afro-Surinamers bewust werden gepijnigd door de politiek van de VHP en daar mee de hindoestanen. De NDP heeft hier bewust verdeeldheid gezaaid en moet daar de verantwoordelijkheid voor nemen en publiekelijk verantwoording voor afdragen.
De NDP vergat erbij de noemen dat het de regering van Santokhi-Brunswijk was. En Brunswijk als geen hindoestaan, geen “Koelie” en heeft meegewerkt aan noodzakelijk beleid, ook aan de imperfecties van het gevoerde beleid. Maar dit geeft en gaf de NDP nog geen vrijbrief om dit punt uit te vergroten en dan via een “prive-leger van NDP-trollen” de zaak de escaleren en de verkiezingsemotie te voeden. Desondanks wat de zetelwinst van de NDP slecht 1. Van grote impact kan men niet spreken. Met andere woorden de haatzaaierrij van de NDP heeft geen forse zetelwinst opgeleverd. Het volk haalde haar schouders op en ging verder met samenleven. En dit is precies mijn punt. Het volk van Suriname is niet gek. Ze plagen elkaar maar tot ernstige haat waarmee een conflict zou kunnen ontstaan is er geen voedingsbodem voor in Suriname.
Wetenschappelijk analytisch benaderd is het volgende aan de hand
Politieke actoren die kiezers nodig hebben, spelen met identiteiten om stemmen te mobiliseren. Kleine voorvallen worden uitvergroot en verknipt tot narratieven over bedreigde belangen. Waar echte beleidsproblemen oplossingen vereisen — werkgelegenheid, onderwijs, zorg — blijft het politieke debatteniveau steken in identiteitspolitiek en retorische oplevingen. Daarmee ontstaat een instrumentalisering van etniciteit die moreel verwerpelijk is en maatschappelijk vergiftigt. Het publiek raakt vermoeid en wantrouwig; de fragiele onderlinge verhoudingen worden prooi voor kortzichtig opportunisme.
En dan is er een kleine groep mensen — haatdragenden, gefrustreerde individuen, soms maatschappelijke randfiguren — die het vuur aanwakkeren. Hun volume wordt groter gemaakt door media en door politici die soms stilzwijgend profiteren. Deze personen zijn niet representatief voor de Surinaamse samenleving, maar hun stem kan luid klinken. Hun gedrag varieert van agressieve retoriek op sociale media tot het opzoeken van conflicten in het echte leven. Maar hun aantallen zijn klein en hun invloed zou niet overschat moeten worden: de samenleving als geheel heeft veerkracht en gezond verstand.
Hoe ging het in anderen multi-etnische landen
Het is verhelderend om te kijken naar voorbeelden uit andere landen waar etnische spanningen escaleerden: Maleisië, Guyana, en verschillende Afrikaanse landen zoals Kenia, Zimbabwe, Zuid-Afrika en Rwanda. In Maleisië leidde een politiek en economisch beleid dat groepen systematisch bevoordeelde tot langdurige wrijvingen. Guyana kent een geschiedenis van spanningen tussen Afro-Guyanen en Indo-Guyanen, waaraan politieke elites en economische concurrentie bijdroegen. En toch heft Guyana nu, met grote voordelen voor het land, Hindoestaans leiderschap geaccepteerd, nog meer dan Suriname. In Afrika tonen voorbeelden uiteenlopende oorzaken: in Rwanda escaleerden eeuwenoude spanningen door politieke manipulatie en genocide; in Kenia zorgden verkiezingscrisissen en competitie om grond en macht voor bloedige confrontaties; Zuid-Afrika worstelde met diepe ongelijkheden en raciale pijn uit het apartheidsverleden, wat politieke en sociale ontladingen veroorzaakte; Zimbabwe kende etnische en politieke repressie vermengd met economisch verval. Deze casussen laten zien dat etnische botsingen meestal het resultaat zijn van structurele ongelijkheden, opportunistische leiders en institutionele zwakte — en dat ze desastreuze effecten hebben.
Suriname is anders, en maar goed ook
Maar dat is precies waarom Suriname geen kopie hoeft te worden van die tragedies: de context is anders. Waar andere landen worstelden met systematische uitsluiting, politieke marginalisering en economische ontbering die etnische rivaliteit aanwakkerden, ontwikkelde Suriname een complexe maar werkende samenlevingsweefsel. Etniciteit bestaat hier wel, maar wordt niet systematisch ingezet als politiek wapen door een dominante groep tegen een andere. En de alledaagse verwevenheid — huwelijken, vriendschappen, gedeelde feestdagen — creëert een sociale kost die het conflict duur en onwenselijk maakt.
Het realisme van Surinamers is een belangrijke factor
Mensen hier kennen elkaar door en door; plagen of jaloezie komt voor, maar algemeen gedeelde waarden overheersen: familie, gemeenschapszin en pragmatisme. De meeste mensen zijn geen ‘petskoppen’ in de zin van lichtgeraakt, maar eerder zuiver in emotie en eerlijk in expressie; als er irritatie is, wordt die vaak luchtig afgehandeld. Dit informele sociale kapitaal is van onschatbare waarde als buffer tegen escalatie.
Wat moet er gebeuren?
Ten eerste: de pers moet verantwoordelijker zijn. Journalistiek die context, nuance en de gevolgen van simplificerende framing negeert, werkt als katalysator van geweld. Mediahuizen en journalisten moeten terug naar de kern van hun beroep: feiten checken, verhalen takken naar oplossing en niet naar sensatie.
Ten tweede: politici moeten zich onthouden van het narratief van etnische polarisatie voor politiek gewin. Echte leiders bouwen bruggen en lossen problemen op, ze creëren geen vijanden om stemmen te winnen.
Ten derde: maatschappelijke initiatieven die sociale samenhang versterken — interculturele projecten, gemeenschappelijke festivals, basiseducatie over burgerzin — verdienen steun.
Conclusie
Brontjie Djari is geen romantische mythe maar een levende werkelijkheid: Suriname’s kracht ligt in de alledaagse verwevenheid van mensen van verschillende afkomst. De enige echte bedreiging voor die harmonie komt niet uit de buurten of van gewone burgers, maar van sensatiebeluste media, opportunistische politici en een klein groepje haatdragende individuen dat vergiftigt wat decennia van samenleven hebben opgebouwd. Het voeden van deze sociale verwevenheid vraagt verantwoordelijkheidszin van journalisten, moreel leiderschap van politici en actieve steun voor initiatieven die verbinding versterken. Zolang Surinamers blijven kiezen voor wederzijds respect, humor en gedeelde cultuur, zullen de pestkoppen geen toekomst hebben. Brontjie Djari moet en zal blijven bloeien — maar alleen als we gezamenlijk de gifspuiters ontmaskeren en kordaat tegengaan.
Surinamers hebben de gefrustreerde, opportunistische nietsnutters door die haat zaaien. Het bewijs wordt iedere dag weer geleverd, er is rust in de samenleving, met eet, lacht en danst iedere dag weer met elkaar, Suriname is niet kapot te krijgen en de Bromtjie Djari straalt in de tropenzon. Voor Gif spuiters in de Surinaamse Bromtji Djari, is er geen plaats in de Surinaamse samenleving en gezelligheid.
Plaats een reactie