Ze worden beide bestuurd door Surinaamse Clowns.

Maurice Roemer weet niets van de Surinaamse valutamarkt en Wesley Rozenhout weet niets van de diefstal van 4 kilo goud. Clowns, beste Surinamers, nemen de topposities van Suriname over.

De Clowns nemen Suriname over

Beste Surinamers, u ziet het de clowns veroveren Suriname op grote schaal. Ze zitten vooral op de hoogste posities in het land. En Suriname moet nog met Gas en Olie verder. Denkt u dat het gaat lukken met deze clowns? Het zoveelste bewijs is geleverd. Zwart op wit met lippenstift en krulspelden in het haar, dit zijn de mensen waar Suriname het van moet hebben. En zo zijn er meerdere. In dit artikel sta ik stil bij beide clowns. Eerst het verhaal van Maurice de Clown dan het verhaal van Wesley de Clown.

Ze zitten overal. Op ministeries als mini-ster, als directeuren bij Staatsbedrijven, vooral in raden van bestuur, bij SLM, de Melkcentrale, bij SAIL, als directeur bij ziekenhuizen, in de militaire en politietop, bij de douane en als u niet oppast komen ze ook bij u in uw bedrijf werken en duwen ze u van uw stoel. Het krioelt van de clowns in Suriname.

Maurice weet niets

Dat Maurice Roemer weinig begrijpt van de Surinaamse valutamarkt geeft hij nu zelf toe. Hij is radeloos en weet het zelf ook niet meer. De vraag is danook; Wat doet deze man nog op zijn stoel behalve monetaire windjes laten door nu in de publiciteit te brengen dat hij er niets van begrijpt?

Ondertussen blijft de inflatie iedere maand 10% toenemen, Surinamers worden iedere maand 10% armer, de prijzen stijgen iedere maand met 10% en de koopkracht gaat iedere maand met 10% omlaag. Maar het volk loopt weg met de NDP-regering on Simons-Rusland, terwijl ze niets en danook niet hebben gedaan aan koopkrachtverbetering.

Nu jarenlang heb ik de incompetentie van het team bij de Centrale Bank benoemt. Feit is dat dit team haar eigen economie en voor de eigenaardigheden niet wil erkennen. Andere zweren dat ze begrijpen het heel goed maar ze durven en kunnen niets. Ik vind dat dit soort zogenaamde professionals onbruikbaar zijn. Een groot deel het team bij de Centrale Bank zit daar om een inkomen te genieten en zou al lang met pensioen moeten. Ze hebben het in hun jonge jaren niet gedaan en gaan het zeker nu onder de nieuwe complexiteit van de Surinaamse economie niet kunnen doen. Kundigheid ontbreekt en vandaar dat Roemer nu met zijn zogenaamde inzichten de publiciteit ingaat.

Wesley weet ook niets

Dan hebben de precies zo een andere clown: Wesley Rozenhout. Rozen van hout. Deze clown beweert dat hij niet weet hoe 4 kilo goud ter waarde van 400.000 USD dat onder zijn verantwoordelijkheid viel is verdwenen uit de kluis van Grassalco. Wat een verhaal, wat een tori, wat moet je met zo iemand? En dit allemaal terwijl Surinamers hun geloof en vertrouwen moeten stellen in dit soort mensen.

Maurice, de President Clown bij de Centrale Bank van Suriname

Dat Maurice Roemer nu zelf toegeeft dat hij de Surinaamse valutamarkt niet begrijpt, is geen nieuws — het is slechts de bevestiging van wat we al jaren zien: een Centrale Bank die verdwaald is in haar eigen land. Wat doet deze man nog op zijn stoel behalve monetaire windjes laten? Terwijl hij in de media “imperfecties” benoemt, stijgt de inflatie onverbiddelijk.

Volgens het Algemeen Bureau voor de Statistiek bedroeg de jaarinflatie in september 2025 al 10,7%, met een maandelijkse stijging van 0,8%. De cijfers lijken klein, maar hun effect is vernietigend: iedere maand 10% duurder leven, 10% minder koopkracht, 10% meer wanhoop. De cijfers liegen niet — maar Roemer blijkbaar wel tegen zichzelf.

Wat hij “marktimperfecties” noemt, is in feite wanbeleid in nette taal. De koers wordt bepaald door angst, hebzucht en informele spelers die beter georganiseerd zijn dan zijn hele monetaire team. Roemer weet dat, maar kiest voor de rol van commentator in plaats van kapitein. De man die de valutamarkt zou moeten temmen, praat nu over haar alsof hij er toevallig getuige van is.

In de tussentijd blijven de OMO’s (open market operations) al seen van de grootste mislukkingen in dde monetaire geschiedenis van Suriname, doorgaan. De prijzen stijgen sneller dan de salarissen van alle ambtenaren, en de overheid praat liever over “structurele hervormingen” dan over lege borden. Die inflatie van 10,7% is geen economisch cijfer — het is de lege koelkast, het halve brood, de uitgestelde huur. Toch loopt het volk niet weg van de Centrale Bank, maar van de werkelijkheid — recht in de armen van de NDP, die evenmin iets heeft gedaan aan koopkrachtverbetering. Het is het tragische Surinaamse patroon: wie het hardst faalt, krijgt de zachtste behandeling.

Roemers bekentenis legt iets diepers bloot: de intellectuele luiheid van een generatie beleidsmakers die denkt dat economie alleen in Excel bestaat. Al jaren zit een leger van “professionals” bij de Centrale Bank zijn pensioen uit, wachtend tot de valutamarkt zichzelf corrigeert. De economie is veranderd, maar hun denkwijze bleef vastgevroren in zelf verzonnen onzin.

Wat nodig is, is geen “marktdiscipline” maar bestuurlijke moed. Wetgeving die malafide cambio’s sluit, banken verplicht transparant te handelen en een Centrale Bank die weer durft te reguleren in plaats van verklaren. De valutamarkt is geen natuurverschijnsel; ze is het product van laf beleid, fiscale wanorde en een gebrek aan geloofwaardigheid.

Suriname heeft niet alleen een monetaire crisis — het heeft een crisis van leiderschap. En zolang de Centrale Bank zichzelf blijft zien als toeschouwer van haar eigen falen, zal elke koersinterventie slechts een zucht in de storm zijn. De echte imperfectie ligt niet in de markt, maar in de mannen die haar moeten begrijpen — en dat niet doen. Clowns, beste Surinamers, ze nemen de topposities van Suriname over.

Wesley, de President-Clown bij Grassalco

Het is op zijn zachtst gezegd beschamend dat bij een staatsbedrijf als Grassalco ruim vier kilo goud — een waarde van naar schatting meer dan 400.000 dollar — op mysterieuze wijze uit de kluis kan verdwijnen. Nog schrijnender is dat het incident vermoedelijk intern is gepleegd en dat de hoogste leidinggevenden kennelijk niet de urgentie of verantwoordelijkheid voelen die een zaak van deze omvang vereist.

President-directeur Wesley Rozenhout, die publiekelijk aangeeft dat hij geen aanleiding ziet af te treden, plaatst zichzelf daarmee niet alleen in een positie van bestuurlijke nalatigheid, maar ook van belachelijkheid: door zijn nonchalante houding maakt hij zich in het publieke oog tot een soort clown die verantwoordelijkheid ontwijkt.

De feiten liegen niet. De diefstal werd op 13 oktober ontdekt; pas op 29 oktober werd het staatshoofd geïnformeerd en op 31 oktober vond de officiële aangifte plaats. Zestien tot achttien dagen vertraging tussen ontdekking en melding aan de autoriteiten is onverklaarbaar traag voor een zaak met zulke financiële en reputatierisico’s. In die periode kon bewijs verloren gaan, konden sporen worden uitgewist en kon er interne druk zijn uitgeoefend. Dat gebrek aan urgentie ondermijnt het vertrouwen en doet afbreuk aan de waardigheid van het management — het soort gebrek aan ernst dat een leider eerder doet lijken op een figurant in een klucht dan op een beheerder van staatsmiddelen.

Rozenhout verschuilt zich achter de scheiding tussen beleidsverantwoordelijkheid en operationele taken. Die redenering miskent het wezen van eindverantwoordelijkheid in een staatsbedrijf. Een president-directeur is niet louter beleidsmaker; hij is de publieke hoeder van vertrouwen en integriteit. Wanneer de kernbeveiliging — de kluis — faalt en blijkt dat geautoriseerde medewerkers mogelijk het misdrijf pleegden, rijst de fundamentele vraag of de cultuur van controle en verantwoording deugt. Zijn weegschaal van verantwoordelijkheid lijkt echter uit balans: door zich te distantiëren van operationele fouten wekt hij de indruk dat hij vooral bezig is met het bewaren van zijn eigen imago, wat het publiek snel als postuur van een clown kan bestempelen.

Het feit dat nepgoud werd geplaatst wijst op professionaliteit van de daders en op een systematische aanpak binnen de organisatie. Dit is geen amateuristische diefstal, maar een zorgvuldig voorbereide schending van procedures door mensen die de interne structuur goed kennen. Dat maakt het des te ernstiger: publiek geld en vertrouwen staan op het spel, evenals de geloofwaardigheid van staatsbeheer.

Rozenhout’s houding voedt niet alleen wantrouwen, maar bespoedigt ook zijn publieke verwording tot een figuur die eerder belachelijk dan verantwoordelijk overkomt. De Clown van Grassalco. Dat is beschamend voor Grassalco en schadelijk voor het vertrouwen van elke Surinamer in het beheer van nationale rijkdommen.

Conclusie:

Clowns, beste Surinamers, ze nemen de topposities van Suriname over. Ze zitten overal. Op ministeries, Staatsbedrijven, bij SLM, de Melkcentrale, bij SAIL, als directeur bij Ziekenhuizen, in de militaire en politietop, bij de douane en als u niet oppast komen ze ook bij u in uw bedrijf werken en duwen ze u van uw stoel. Het krioelt van de clowns. Suriname lijkt zo de grootste clown-circus van de wereld te worden. Veel van de clowns hebben tot doel hun hele clown familie op kosten van de Surinamer en ongeboren Surinamer te laten optreden in de Surinaamse circus. En u staat erbij en lacht als een boer die kiespijn heeft.

Zolang de top niet bereid is verantwoordelijkheid te nemen — inclusief het accepteren van bestuurlijke consequenties — blijft de indruk bestaan dat status belangrijker is dan verantwoording. En weten, Suriname is een deftig land. Een Oma mag je in Suriname geen Oma noemen. En waarschijnlijk mag dit artikel ook niet gepubliceerd worden omdat je een Surinaamse Clown ook geen Clown mag noemen. Want, Suriname is een deftig land met defitge mensen die zich deftig gedragen en deftig praten, een land zonder Clowns!

Plaats een reactie

Trending