De VHP staat voor een keuze die veel groter is dan de vraag wie in mei 2027 de voorzittershamer mag vasthouden: wordt de partij een politieke organisatie die na het verlies van de macht vier jaar lang op adem gaat komen, of grijpt zij deze oppositieperiode aan om zichzelf opnieuw uit te vinden en zich voor te bereiden op een serieuze terugkeer in 2030? Voor een oppositiepartij is het nooit prettig om buitenspel te staan, maar voor een partij die jarenlang gewend was aan regeringsmacht, bestuurlijke invloed en de vanzelfsprekendheid van haar eigen politieke gewicht, kan de overgang naar de oppositiebanken bijzonder pijnlijk zijn. De grootste bedreiging is dan niet eens de tegenstander, maar de verleiding om in eigen kring te blijven praten, oude posities te verdedigen en te hopen dat de kiezer tegen de volgende verkiezingen vanzelf weer terugkomt. Dat is geen strategie, dat is politieke winterslaap.

En juist in die situatie wordt steeds duidelijker dat Asis Gajadien zich nadrukkelijk positioneert als een kandidaat die de VHP opnieuw richting kan geven. Niet omdat zijn voorzitterschap al vaststaat, want daarover beslissen de partijleden en de bevoegde partijstructuren, maar omdat hij de afgelopen maanden zichtbaar probeert te doen wat een oppositiepartij nodig heeft: het debat aangaan, inhoudelijke thema’s op tafel leggen, contact zoeken met ondernemers en nadenken over de toekomst van de partij. Zijn bijeenkomst met ondernemers over investeringen, financiering, innovatie, regelgeving en werkgelegenheid is daarvan een recent voorbeeld.

Een oppositiepartij heeft geen oude glorie nodig, maar nieuwe energie

Dat de VHP in 2025 zeventien zetels behaalde en daarmee de grootste oppositiepartij werd, betekent niet dat zij tot 2030 politiek irrelevant hoeft te zijn; het betekent wel dat de partij opnieuw moet bewijzen dat zij meer is dan een organisatie die vooral goed functioneert wanneer zij de beschikking heeft over ministeries, staatsbedrijven en bestuurlijke invloed. De nieuwe verkiezingsrealiteit vraagt om een andere manier van organiseren, omdat het landelijke evenredigheidsstelsel de partij dwingt om kiezers in heel Suriname aan te spreken en niet uitsluitend te vertrouwen op traditionele structuren en vaste achterbannen. De VHP zelf heeft eerder het beginsel van one man, one vote, one value onderschreven, maar dat democratische principe moet ook doorklinken in de manier waarop de partij haar eigen bestuur samenstelt en haar leden laat participeren.

Hier wringt het schoentje, want zowel binnen de VHP in Suriname als bij VHP Nederland ontstaat de indruk van een politieke organisatie waarin veel bekende gezichten al jarenlang de dienst uitmaken, terwijl de energie die nodig is om een nieuwe generatie aan te spreken niet vanzelfsprekend zichtbaar wordt. Het beeld van een club oude mannen die vooral elkaar kennen, elkaar beoordelen en elkaar vertellen hoe het vroeger ging, is misschien scherp, maar juist daarom verdient het serieuze aandacht. Een partij die de samenleving wil overtuigen dat zij klaar is voor de toekomst, kan moeilijk blijven functioneren alsof de toekomst een vergadering is waarvoor de uitnodiging nog moet worden verstuurd.

Het is overigens niet zo dat er geen voorstellen tot vernieuwing bestaan. VHP Nederland presenteerde in oktober 2025 acht voorstellen om de partijorganisatie te moderniseren, waaronder meer interne democratie, meer ruimte voor jongeren en vrouwen, digitale participatie, transparantere kandidaatstelling en een herijking van de ideologische koers. Dat zijn relevante ideeën, maar voorstellen op papier hebben weinig waarde wanneer de partijtop niet de politieke wil toont om ze om te zetten in concrete veranderingen.

Het kernensysteem is geen toekomstvisie

De bestuursverkiezingen die uiterlijk op 29 mei 2027 moeten plaatsvinden, bieden de VHP een gelegenheid om niet alleen een nieuwe voorzitter te kiezen, maar ook de fundamenten van haar organisatie kritisch te onderzoeken. Het traditionele kernensysteem kan functioneren als een netwerk voor lokale mobilisatie, maar wordt problematisch wanneer loyaliteit aan lokale partijleiders belangrijker wordt dan open debat, inhoudelijke kwaliteit en democratische verantwoording. Het gevaar ontstaat dan dat de partijstructuur vooral mensen beloont die de bestaande verhoudingen in stand houden, terwijl vernieuwers en kritische leden aan de zijlijn komen te staan.

Een moderne VHP moet daarom de moed hebben om haar interne democratie te versterken, de invloed van leden transparant te organiseren en kandidaten te selecteren op hun vermogen om de samenleving te vertegenwoordigen. Het landelijke kiesstelsel heeft immers de politieke werkelijkheid veranderd: iedere stem telt landelijk mee en een partij die opnieuw wil groeien, moet haar aantrekkingskracht verbreden over etnische, geografische en sociale grenzen heen. De VHP kan een brede volkspartij worden, maar dat vereist meer dan een slogan waarin alle bevolkingsgroepen welkom worden geheten; het vraagt om een organisatie waarin die diversiteit ook werkelijk invloed heeft.

Asis Gajadien benut zijn kansen

In deze context wordt de positie van Asis Gajadien steeds interessanter. Hij heeft publiekelijk aangegeven dat hij openstaat voor het voorzitterschap, maar daarbij benadrukt dat het niet uitsluitend om de persoon gaat, maar om een sterk team en een vernieuwde partijvisie. Hij heeft ook gesproken over een toekomstvisie voor de VHP tot 2050 en over modernere manieren waarop leden en deskundigen bij de partij betrokken kunnen worden. Dat zijn op zichzelf nog geen garanties voor succes, maar het zijn wel signalen dat hij begrijpt dat de VHP meer nodig heeft dan een nieuwe naam boven aan het briefpapier.

Zijn recente bijeenkomst met ondernemers is bovendien een voorbeeld van een politieke stijl die verder kijkt dan interne partijpolitiek. De gesprekken gingen over investeringen, financiering, innovatie, regelgeving en werkgelegenheid, thema’s die voor Suriname van groot belang zijn in de aanloop naar de verwachte offshore-olieproductie vanaf 2028. Daarmee zoekt Gajadien aansluiting bij vraagstukken die ondernemers en burgers rechtstreeks raken, in plaats van uitsluitend bezig te zijn met de vraag wie binnen de partij welke positie krijgt.

Dat betekent niet dat zijn kandidatuur onomstreden is. Mahinder Jogi heeft openlijk twijfels geuit over zijn maatschappelijke draagvlak en een alternatieve kandidaat genoemd. Die kritiek kan niet eenvoudig worden weggewuifd, want een partijvoorzitter moet niet alleen intern steun verwerven, maar ook het vermogen hebben om twijfelaars te overtuigen en verschillende stromingen bij elkaar te brengen.

Toch is het precies hier dat Gajadien zijn kansen kan benutten: door niet te reageren met gekrenkte trots of achterkamertjespolitiek, maar door een sterk team te presenteren, zijn visie concreet te maken en openlijk steun te verwerven bij leden die verandering willen. Als hij dat voor elkaar krijgt, wordt zijn kandidatuur niet alleen een persoonlijke ambitie, maar een geloofwaardig antwoord op de vraag hoe de VHP uit haar oppositieperiode kan komen.

Mei 2027 moet het begin van Asis als President van Suriname zijn

De VHP kan zich geen drie jaar politieke stilstand permitteren en vervolgens in 2030 verbaasd zijn wanneer de kiezer niet massaal terugkeert. De partij moet nu haar ideologie actualiseren, haar interne democratie versterken, jongeren en vrouwen meer ruimte geven en een overtuigend economisch en maatschappelijk alternatief ontwikkelen. Dat vraagt om leiderschap dat niet leeft van de herinnering aan de vorige regeerperiode, maar dat begrijpt waarom de partij verloor en wat nodig is om opnieuw vertrouwen op te bouwen.

Asis Gajadien lijkt op dit moment steeds beter gepositioneerd om die opdracht op zich te nemen, juist omdat hij zichtbaar probeert inhoud, organisatie en toekomstvisie met elkaar te verbinden. Maar hij verdient het voorzitterschap niet uitsluitend omdat anderen vermoeid ogen; hij moet het verdienen door te laten zien dat hij de energie, het team, de ideeën en het draagvlak bezit om de VHP werkelijk te vernieuwen.

De keuze in mei 2027 gaat daarom niet simpelweg tussen oude en nieuwe gezichten, maar tussen een partij die haar verleden blijft beheren en een partij die haar toekomst durft te organiseren. Als de VHP in 2030 weer een serieuze machtsfactor wil zijn, moet zij in 2027 kiezen voor beweging in plaats van stilstand. En op dit moment lijkt Asis Gajadien steeds nadrukkelijker degene die de kans grijpt om die beweging op gang te brengen.

Geef een reactie

Trending