De NDP heeft de verkiezingen gewonnen, maar een verkiezingsoverwinning is nog geen garantie voor politieke stabiliteit; als de partij haar ervaren en ambitieuze ondervoorzitter kwijtraakt, kan blijken dat de grootste bedreiging niet van de oppositie komt, maar uit de eigen gelederen. Kan Ashwin Adhin de NDP ooit verlaten of is hij chantabel? Wat voor materiaal heeft de NDP van Ashwin Adhin?

De NDP kan zich geen tweede machtscrisis veroorloven

Wat zou er gebeuren als Ashwin Adhin morgen besluit dat zijn toekomst niet langer bij de Nationale Democratische Partij ligt? Het is een hypothetische vraag, want er is geen bevestiging dat hij de partij wil verlaten, maar het is wel een vraag die de NDP serieus zou moeten nemen, juist omdat Adhin niet zomaar een partijlid is dat na een meningsverschil zijn lidmaatschap opzegt en vervolgens geruisloos uit beeld verdwijnt. Hij is oud-vicepresident, voormalig minister, ondervoorzitter van de partij en sinds juni 2025 voorzitter van De Nationale Assemblée, een functie waarvoor hij met 34 stemmen werd gekozen. Hij beschikt daarmee over politieke ervaring, zichtbaarheid, een eigen achterban en een positie die hem in staat stelt om ook buiten de interne partijstructuren invloed uit te oefenen. Wie denkt dat zijn vertrek eenvoudig kan worden opgevangen door een andere naam op een partijlijst te zetten, onderschat mogelijk hoeveel politieke betekenis één persoon binnen een partij kan vertegenwoordigen.

De NDP heeft bij de verkiezingen van 2025 achttien zetels behaald en daarmee de VHP met zeventien zetels nipt achter zich gelaten, waarna zij met coalitiepartners een meerderheid vormde. Die uitslag was een belangrijke overwinning, maar het was geen blanco cheque waarmee de partij haar interne problemen voor de komende vijf jaar kon negeren. Een partij die zo’n kleine voorsprong op haar grootste concurrent heeft, moet juist voorzichtig omgaan met haar politieke kapitaal, want wanneer prominente figuren afhaken, interne groepen zich buitengesloten voelen en onvrede zich opstapelt, kan een ogenschijnlijk stabiele meerderheid sneller onder druk komen te staan dan de partijtop lief is.

De strijd om het presidentschap was geen onschuldige dyugudyugu

Wie de interne geschiedenis van de NDP volgt, weet dat de spanning rond Adhin niet gisteren is ontstaan. In aanloop naar de verkiezingen van 25 mei 2025 ontstond er een openlijke strijd over de vraag wie de presidentskandidaat van de partij moest worden, waarbij zowel Jennifer Geerlings-Simons als Adhin ambities had uitgesproken. In februari 2025 noemde Adhin de partij spottend de “Nationale Dyugudyugu Partij”, omdat partijgenoten volgens hem te veel energie besteedden aan onderlinge ruzies terwijl de verkiezingen naderden. In mei stelde hij dat de berichten over een interne machtsstrijd grotendeels door sociale media werden aangewakkerd en benadrukte hij dat meerdere leden presidentiële ambities mochten hebben. Maar de berichtgeving liet zien dat de rivaliteit niet alleen een verzinsel van het internet was: verschillende kampen promootten hun kandidaat en de toon van het debat werd soms persoonlijk en fel.

Uiteindelijk steunde Adhin de kandidatuur van Simons nadat zij volgens hem de meeste stemmen had gekregen en het partijbestuur haar officieel had voorgedragen. Daarmee toonde hij zich bereid een intern besluit te accepteren, ook al had hij zichzelf eerder nadrukkelijk als kandidaat gepresenteerd. Dat is een belangrijk gegeven, omdat het laat zien dat Adhin niet buiten de partij is gaan staan toen hij de strijd om het presidentschap verloor, maar zich achter de gekozen kandidaat heeft geschaard. Tegelijkertijd blijft de politieke vraag bestaan of de ambities en het netwerk dat hij tijdens die campagne opbouwde voldoende ruimte krijgen binnen de partij, of dat zijn loyaliteit vooral wordt gewaardeerd zolang hij geen bedreiging vormt voor de bestaande machtsverhoudingen.

Wat als de partij zijn loyaliteit voor vanzelfsprekend houdt?

De NDP heeft historisch sterk geleund op het leiderschap van Desi Bouterse, die de partij decennialang bijeenhield en uiteindelijk de onbetwiste centrale figuur werd. Na zijn overlijden in december 2024 moest de partij niet alleen een nieuwe voorzitter kiezen, maar ook uitvinden hoe zij zonder die dominante persoonlijkheid haar interne verhoudingen zou organiseren. De Ware Tijd schreef in augustus 2024 al dat de NDP haar eigen kansen dreigde te verspelen door interne positiekwesties, het onvermogen om fouten uit het verleden onder ogen te zien en de blijvende schaduw van Bouterse. Dat was een waarschuwing die verder reikte dan de verkiezingscampagne: een partij kan een sterke leider opvolgen, maar zij kan niet eindeloos vertrouwen op de oude loyaliteitsstructuren zonder haar eigen organisatie te vernieuwen

De recente uitspraken van Ramon Abrahams maken die waarschuwing opnieuw actueel. In oktober 2026 uitte de NDP-ondervoorzitter publiekelijk kritiek op de interne gang van zaken, waarbij hij stelde dat ervaren partijleden aan de kant worden gezet, overleg ontbreekt en de verbindende kracht die de partij onder Bouterse kenmerkte, is verzwakt. Simons wilde daar niet uitgebreid publiekelijk op reageren en stelde dat partijzaken binnen de partij moeten worden besproken. Dat standpunt is op zichzelf verdedigbaar, maar het neemt de inhoudelijke vragen niet weg die door Abrahams zijn opgeworpen: voelen oude kaderleden zich nog betrokken, worden interne meningsverschillen serieus behandeld en bestaat er voldoende ruimte voor mensen die niet automatisch meegaan met de leiding? Wanneer zulke vragen onbeantwoord blijven, kan een partij haar mensen formeel behouden terwijl hun betrokkenheid en vertrouwen langzaam verdwijnen.

Adhin is niet alleen een naam, maar ook een politieke factor

Als Adhin de NDP zou verlaten, zou de partij niet automatisch uiteenvallen en evenmin zou zijn vertrek op zichzelf bewijzen dat de regering haar meerderheid verliest. Daarvoor zijn de parlementaire verhoudingen, de houding van andere partijleden en de eventuele politieke bestemming van Adhin bepalend. Maar zijn vertrek zou wel een krachtig signaal zijn dat de partij moeite heeft om ervaren politici met eigen ambities binnen de organisatie te houden. Bovendien zou de NDP een bestuurder verliezen die momenteel het parlement voorzit en daardoor dagelijks zichtbaar is in het politieke debat. Of hij vervolgens zelfstandig verdergaat, zich bij een andere partij aansluit of zich terugtrekt uit de actieve partijpolitiek, zou het effect sterk bepalen; zonder aanwijzingen over zijn eventuele plannen kan daarover niet verantwoord worden gespeculeerd.

In een eerder opiniestuk dat onder mijn naam werd gepubliceerd, stelde ik al de vraag wat er zou gebeuren als Adhin naar de VHP zou overstappen, omdat zijn vertrek de NDP niet alleen organisatorisch maar ook strategisch zou kunnen verzwakken. Dat was een scherpe politieke waarschuwing, geen voorspelling dat hij daadwerkelijk zou vertrekken. De onderliggende gedachte blijft echter relevant: wanneer een partij een politicus met ervaring, zichtbaarheid en een eigen achterban niet voldoende ruimte biedt, kan zij onbedoeld een concurrent helpen door iemand kwijt te raken die anders binnen de eigen gelederen had kunnen bijdragen aan vernieuwing en beleidsontwikkeling.

De echte test voor Simons en de NDP

Voor Jennifer Geerlings-Simons en de huidige partijleiding ligt hier een duidelijke opdracht: zij moeten laten zien dat de NDP meer is dan een verzameling persoonlijke loyaliteiten rond de herinnering aan Bouterse, en dat er binnen de partij ruimte bestaat voor verschillende generaties, ideeën en ambities. Dat betekent niet dat iedere ambitie moet worden beloond of dat kritiek automatisch gelijk heeft, maar wel dat interne democratie meer moet zijn dan een procedure waarbij leden mogen stemmen en daarna geacht worden hun mond te houden. Een partij die werkelijk sterk wil zijn, maakt gebruik van haar interne verschillen om betere besluiten te nemen, in plaats van ze weg te drukken totdat ze via interviews, sociale media of een vertrek naar buiten komen.

Als Adhin binnen de NDP blijft en daadwerkelijk invloed kan uitoefenen op de ontwikkeling van de partij, kan hij een rol spelen in het overbruggen van de kloof tussen de oude garde en een nieuwe generatie bestuurders. Als hij ooit besluit te vertrekken, zal de NDP moeten erkennen dat zo’n vertrek niet uitsluitend het probleem van één politicus is, maar ook een oordeel kan vormen over de ruimte die de partij haar eigen mensen biedt. De verantwoordelijkheid ligt dan niet alleen bij Adhin, maar ook bij de leiding die moet uitleggen waarom een prominente ondervoorzitter geen toekomst meer binnen de partij zou zien.

De grootste bedreiging voor de NDP is niet noodzakelijk Ashwin Adhin die vertrekt, maar een partijleiding die pas begrijpt hoeveel hij waard was wanneer hij al buiten de deur staat. Een verkiezingsoverwinning kan macht opleveren, maar alleen vertrouwen, interne democratie en een geloofwaardige koers kunnen een partij op lange termijn bijeenhouden. Als de NDP wil voorkomen dat zij haar eigen politieke kapitaal verspeelt, moet zij niet wachten tot een vertrek onomkeerbaar is, maar nu al aantonen dat loyaliteit van twee kanten komt en dat de toekomst van de partij groter is dan de belangen van degenen die vandaag de leiding hebben.

Geef een reactie

Trending