
Laat me beginnen te stellen: Leri eh WEL poeroe dong, maar niet in Suriname en al 51 jaar niet!
Aan alle Surinaamse studenten: ik moedig jullie aan, studeer zeker, maar werk aan je academische vorming, werk aan je kritisch denkvermogen en vaardigheden, dat is veel belangrijker dan de titels. En koop je titel niet, het heeft geen zin, je valt door de mand zodra je, je mond opendoet, kijk naar de regering, dat is een goed voorbeeld.. En in dit artikel sta ik stil bij waar het misgaat in Suriname.
We zien vaak genoeg dat een eenvoudig persoon, op de hoek van de straat in Suriname een helder beeld heeft wat er moet gebeuren in het land. Terwijl veel “geleerden” het moeilijker maken dan het is. President Simons staat hierbij voorop. Nee mevrouw Simons “Kinkie systeem” is niet moeilijk, je maakt het moeilijk, en je houdt het zo omdat je ook corrupt bent! En velen zien het!
Suriname heeft een militair gehad als President, onbetrouwbaar! Een politieagent zou het beter doen, onbetrouwbaar! En zo zijn er velen geweest naast de Presidenten en minsiters en parlementariers, allemaal met diploma’s enz. Resultaat in 51 jaar, compleet failliet en corrupt land. Dit komt doordat zogenaamde titel dragers de boel verziekt hebben, buschaffeurs in de Space Shuttle cockpit zitten en diploma’s en titels gekocht en verkocht worden terwijl niemand controleert of President Simons ooit wel afgestudeerd is als arts. Er wordt niets gecontroleerd!
Professor in kippenpoep
Ik dacht dat ik laatst een masterclass zag verschijnen die in Suriname werd gegeven. Een van de sprekers was een Professor in kippenpoep, een kippenarts/dierenarts. Hij was plotseling ook energiedeskundige (plotseling is iedereen in Suriname energie deskundig want Oil en Gas, toch, toch, toch!). De Professor in kippenpoep, vertelde dat kippenpoep enorm veel energie had en dat Suriname en Surinamers daar schat en schatrijk van kon worden maar dan alleen als men hem als deskundige zou inschakelen. Dus deze Professor was op zoek naar een jang. En hij tooide zich in het hele gesprek met in kippenpoep gedoopte academische titels. Dit is een ziekte in Suriname.
Al 51 jaar zijn adviseurs en allerlei sabimangs en sabivrouwen, met academische titels, bezig de President en ministers, parlementariërs en zo nog meer te adviseren hoe ze het land moeten draaien, resultaat: 51 jaar wanbeleid en complete faillissement!
51 jaar zijn notarissen, advokaten, hoogleraren, Professor Kippenpoep, en zo nog meer bezig met het land. Waar gaat het dan mis? In een corrupt systeem gaat het erom dat je een meester moet zijn in corrupt denken, corruptie moet kunnen faciliteren en vooral zelf moet starten door corrupt een titel te kopen!
Een academische titel is geen bewijs van wijsheid, een bul geen garantie voor integriteit en een buitenlandse opleiding geen automatische erkenning van intellectuele superioriteit. Suriname moet afrekenen met de diploma-cultuur waarin het papiertje belangrijker is geworden dan de persoon die erachter schuilgaat.
Laat duidelijk zijn, omdat de gemiddelde Surinamers een opleidingsniveaus heeft van ongeveer 6de klas lagere school en men heel veel daardoor niet begrijpt zwaai met in Suriname met “Leri neh poeroe dong”, en dat klopt voor Suriname, omdat er velen rondlopen met gekochte diploma’s.
De bul als statussymbool
In Suriname lijkt soms een merkwaardige wetmatigheid te gelden: hoe langer de titel vóór iemands naam, hoe minder ruimte er overblijft om kritische vragen te stellen. De ene presenteert zich als doctor, de andere als meester, weer een ander voert trots een buitenlandse graad die nauwelijks iemand durft te controleren. Alsof de letters vóór de naam automatisch bewijzen dat de drager verstandiger, eerlijker en competenter is dan de rest van de samenleving.
De column Een ezel met een bul… van Ivan Cairo in De Ware Tijd raakt precies deze pijnlijke kwestie. Aan de hand van de bestuurlijke controverse rond de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) stelt de auteur de vraag hoe mensen die beschikken over juridische kennis en bestuurlijke bevoegdheden een conflict zo ver kunnen laten escaleren, terwijl overleg en behoorlijk bestuur juist tot hun verantwoordelijkheden behoren.
Het Surinaamse gezegde ‘Leri no poeroe dong’ vat het probleem kernachtig samen. Geleerd zijn betekent nog niet dat je wijs bent. Een diploma kan aantonen dat iemand een opleiding heeft gevolgd, maar het vertelt niet automatisch of die persoon zelfstandig kan denken, integer handelt of in staat is verantwoordelijkheid te dragen.
En precies daar begint het probleem: in Suriname lijkt het papiertje soms belangrijker te zijn geworden dan de ontwikkeling van de mens.
De diploma-cultuur: leren om vooruit te komen of om indruk te maken?
Onderwijs behoort mensen intellectueel te ontwikkelen. Het moet hun vermogen vergroten om informatie te analyseren, argumenten te toetsen, verbanden te leggen en zelfstandig conclusies te trekken. Maar wanneer het behalen van een diploma het enige doel wordt, verandert onderwijs in een administratieve hindernisbaan: slaag voor de examens, ontvang het certificaat, voeg de titel aan je naam toe en presenteer jezelf vervolgens als deskundige. De vraag wat iemand werkelijk heeft geleerd, verdwijnt dan naar de achtergrond.
Een diploma is waardevol wanneer het, het resultaat is van daadwerkelijk studeren, oefenen, onderzoeken en kritisch nadenken. Maar wanneer een titel wordt gekocht, wanneer diploma’s zonder serieuze toetsing worden verstrekt of wanneer werkgevers niet controleren of kwalificaties authentiek zijn, wordt het diploma een product in plaats van een bewijs van bekwaamheid.
Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen aantoonbare gevallen van diplomafraude, gebrekkige kwaliteitsbewaking en opleidingen waarvan het niveau onvoldoende is vastgesteld. Niet ieder buitenlands diploma is verdacht en niet iedere afgestudeerde zonder sterke kritische vaardigheden heeft fraude gepleegd. Maar juist daarom zijn onafhankelijke verificatie en kwaliteitscontrole noodzakelijk.
Wanneer een samenleving niet weet of de kwalificaties waarop zij vertrouwt daadwerkelijk deugen, ondermijnt zij haar eigen professionele standaarden.
Een titel kopen is gemakkelijk; ontwikkeling laat zich niet kopen
Stel je een organisatie voor die een belangrijke functie moet invullen. Er melden zich twee kandidaten. De eerste beschikt over indrukwekkende titels, presenteert een glanzend cv en spreekt met het zelfvertrouwen van iemand die gewend is bewonderd te worden. De tweede heeft misschien minder indrukwekkende papieren, maar kan aantoonbaar problemen oplossen, helder redeneren, verantwoordelijkheid nemen en samenwerken.
Wie krijgt de baan?
Als de keuze hoofdzakelijk wordt bepaald door titels, contacten en uiterlijk vertoon, loopt de organisatie het risico de verkeerde persoon aan te nemen. Wanneer bovendien niemand controleert waar diploma’s vandaan komen of welke eisen aan de opleiding zijn gesteld, ontstaat ruimte voor misleiding en vriendjespolitiek.
Het gevolg kan veel verder reiken dan één verkeerde benoeming. In sectoren zoals gezondheidszorg, techniek, rechtspraak en openbaar bestuur kunnen onbewezen kwalificaties gevolgen hebben voor de veiligheid, rechtszekerheid en kwaliteit van publieke dienstverlening.
De oplossing is niet om diploma’s waardeloos te verklaren. Integendeel: echte opleidingen moeten juist worden beschermd tegen vervalsing en kwaliteitsverlies. Werkgevers en overheidsinstellingen moeten kwalificaties verifiëren, accreditatie controleren en kandidaten beoordelen op aantoonbare competenties. Wie een functie krijgt vanwege een diploma, moet ook kunnen aantonen dat die opleiding daadwerkelijk is gevolgd en dat de vereiste kennis aanwezig is.
Een korte buitenlandse opleiding maakt niemand automatisch wereldwijs
Ook de fascinatie voor buitenlandse opleidingen verdient kritische aandacht. Een studieperiode in Nederland, de Verenigde Staten of elders kan bijzonder waardevol zijn. Zij kan iemand confronteren met andere denkmethoden, institutionele structuren en professionele standaarden. Maar de geografische locatie van een opleiding is geen garantie voor intellectuele ontwikkeling. Wie korte tijd in het buitenland verblijft, heeft daarmee niet automatisch geleerd om complexe problemen te analyseren, tegenargumenten serieus te nemen of eigen fouten te erkennen. Dat hangt af van de inhoud van de opleiding, de intensiteit van het leerproces en de manier waarop iemand de opgedane kennis verwerkt en toepast.
Een buitenlands diploma zonder aantoonbare kennis is niet méér waard dan een binnenlands diploma zonder aantoonbare kennis. Het verschil wordt gemaakt door de kwaliteit van het onderwijs en de ontwikkeling van de persoon, niet door de naam van het land op het certificaat. Eenmaal aangekomen in Suriname is studie afgelopen en kan domheid, luiheid en corruptie beginnen in te sluipen. En daar is genoeg bewijs van. Suriname ontwikkeld een mens in corruptie niet in kritische academisch denken.
Waar is het kritisch denken gebleven?
Het diepere probleem is dat kritisch denken onvoldoende centraal kan staan wanneer onderwijs vooral wordt gezien als een route naar een baan, salaris of maatschappelijke status. Dan leren mensen hoe zij examens moeten halen, maar niet noodzakelijk hoe zij zelfstandig moeten oordelen.
Kritisch denken betekent dat je een bewering niet accepteert omdat iemand een titel heeft. Het betekent dat je vraagt naar de onderbouwing, de aannames onderzoekt en bereid bent je oordeel te herzien wanneer de feiten daartoe aanleiding geven.
Het betekent ook dat je je eigen overtuigingen durft te onderzoeken. Een werkelijk ontwikkelde academicus kan zeggen: ik weet het niet, ik heb mij vergist of uw argument is beter dan het mijne. Dat zijn geen tekenen van zwakte, maar van intellectuele volwassenheid.
In een samenleving waar status en persoonlijke relaties zwaar kunnen wegen, is dat vermogen essentieel. Zonder kritische burgers kunnen zwakke argumenten overeind blijven omdat ze afkomstig zijn van invloedrijke personen. Zonder kritische professionals kunnen fouten jarenlang worden herhaald omdat niemand de moed heeft ze te benoemen.
De prijs van onwetendheid met een titel
De gevolgen van gebrekkige professionele en intellectuele ontwikkeling kunnen ernstig zijn. Een bestuurder die niet in staat is een conflict constructief op te lossen, kan een organisatie verlammen. Een functionaris die regels wel kan citeren maar niet begrijpt hoe instituties behoren samen te werken, kan juridische en bestuurlijke problemen vergroten. Een deskundige die kritiek als persoonlijke aanval beschouwt, maakt leren vrijwel onmogelijk. Daarom moet de beoordeling van professionals verder gaan dan het cv. Welke problemen hebben zij opgelost? Hoe gaan zij om met kritiek? Kunnen zij hun besluiten onderbouwen? Handelen zij integer? En zijn zij bereid verantwoordelijkheid te nemen wanneer iets misgaat?
Dat zijn vragen die bij benoemingen in de publieke sector, bij selectie voor leidinggevende functies en bij de beoordeling van academische prestaties veel zwaarder moeten wegen. Ook universiteit en andere onderwijsinstellingen hebben een verantwoordelijkheid. Zij moeten de kwaliteit van hun opleidingen bewaken, fraude bestrijden en studenten niet alleen voorbereiden op examens, maar ook op de morele en intellectuele eisen van hun beroep.
Het is nu overduidelijk wat Suriname na de komst van het militair bewind heeft meegemaakt op onderwijs gebeid. Een complete verloedering en corrumpering van
Suriname moet investeren in kritisch en zelfstandig denken, niet alleen in titels
Een land ontwikkelt zich niet doordat steeds meer mensen een titel achter hun naam kunnen plaatsen. Het ontwikkelt zich wanneer kennis wordt omgezet in kritisch denkvermogen, verantwoord bestuur en eenvoudige toepasbare oplossingen voor maatschappelijke problemen.
Daarom heeft Suriname een cultuur nodig waarin diploma’s worden gerespecteerd, worden gecontroleerd en nooit blindelings worden aanvaard. Waar academische kennis wordt gewaardeerd, maar ook aan de praktijk wordt getoetst. Waar werkgevers kwalificaties controleren en waar professionals worden beoordeeld op hun werkelijke prestaties. De kern van de zaak is niet dat Surinamers te veel studeren. Het probleem ontstaat wanneer wij leren verwarren met ontwikkeling, certificering met deskundigheid en status met wijsheid.
Conclusie
De echte uitdaging voor Suriname is daarom niet om zoveel mogelijk diploma’s te verzamelen, maar om mensen op te leiden die hun kennis kritisch, verantwoordelijk en met bescheidenheid kunnen toepassen.
Want uiteindelijk heeft een land weinig aan een indrukwekkende verzameling titels wanneer de samenleving de gevolgen moet dragen van slechte besluiten, gebrekkige deskundigheid en ontbrekende integriteit.
Zoals het er nu voor staat, de cultuur in Suriname, de buschauffeur in de Space Shuttle cockpit, dan zou DODO als hij geld had om een titel te kopen, ook President van Suriname kunnen worden!
Geef een reactie